Biljartvereniging De Hazelaar Rosmalen
Waar Biljarten Troef is

In memoriam Piet de Jongh

Ter nagedachtenis aan Piet, een extract van het afscheidswoord zoals dat op zijn begrafenis bijeenkomst namens het bestuur en namens de leden onze vereniging werd uitgesproken door Rinus Persons, wedstrijdsecretaris.

Christien, kinderen en kleinkind, Leden van VV Margriet en BV De Hazelaar, alle andere voetballers en biljarters, alle andere aanwezigen,

Vandaag staan we hier om afscheid te nemen van iemand die voor ons allemaal een rol speelde — soms groot, soms klein, maar altijd voelbaar. Een man die onze vereniging niet alleen leidde, maar vormgaf. Een man die binnenkwam alsof hij het lichtknopje van de sfeer persoonlijk bediende. Een man die we onze Piet noemen.
Sinds 2018 was hij voorzitter van biljartvereniging De Hazelaar. Een grote vereniging, ja, maar ook een vereniging met een groot hart. En laat dat nou precies het gebied zijn waar Piet excelleerde: het hart van de zaak én het hart van de mens.
Piet was sinds 2018 een voorzitter die niet boven de club stond, maar er middenin. En eigenlijk — al zou hij dat zelf nooit zo zeggen — stond hij ook een beetje eronder, duwend, stuwend, ons optillend. Niet omdat hij zo nodig wilde besturen, maar omdat hij wilde verbinden. Dat was zijn kracht. En dat is ook waarom we vandaag met z’n allen voelen dat we iemand verliezen die simpelweg niet te vervangen is.
Nu spreek ik hier niet alleen of primair als lid van de vereniging, maar vooral en ook als mens. En ik kan eerlijk zeggen — en ik ben inmiddels op een leeftijd waarop ik heus al een paar markante figuren heb meegemaakt — dat er maar heel weinig mensen zijn die zo’n indruk, zo’n diepgaande impact op mij hebben gemaakt als Piet. En ik weet dat ik dan voor velen spreek En dat komt door zijn uniciteit. Een uniciteit die je niet kunt nadoen, hoe hard je het ook zou proberen. En geloof me: er zijn er genoeg die geprobeerd hebben “een beetje Piet” te doen. Het lukt niemand.

Want Piet was… ja, hoe zeg je dat? Warm. Eerlijk. Ongefilterd direct — soms zó direct dat je even twijfelde of je nou een compliment kreeg of dat hij je subtiel op je plek zette. Maar altijd met een glimlach, een twinkeling in zijn ogen en die typische humor met een licht sarcastische ondertoon. Humor die je niet kwetste, maar juist liet lachen om jezelf. Humor die de spanning brak, de afstand verkleinde en het gesprek opende.
Hij kon een vrij stevig punt maken en je toch het gevoel geven: “Ik ben blij dat hij het zegt.” Dat is een talent. Een zeldzaam talent. Een talent dat voortkomt uit één ding: echtheid. Want Piet was puur. Eerlijk. Authentiek. Wat hij voelde, zei hij. Wat hij zei, meende hij. En wat hij meende, deed hij.
Maar laat ik u vooral meenemen naar één van die momenten die Piet zo herkenbaar maken. Want Piet kon redelijk tot goed biljarten — laat ik dat vooropstellen. Hij wist precies hoe hij de ballen moest verzamelen, hoe hij het juiste tempo moest vinden, hoe hij een serie moest opbouwen. Daar zat kennis, daar zat ervaring, daar zat gevoel.


Maar… zijn afstoot. Zijn afstoot was, laat ik het vriendelijk zeggen, niet iets dat je in een instructievideo zou gebruiken. Zijn afstoot stond haaks op zo ongeveer alle basisregels van de biljartsport. Zijn houding, zijn brug, zijn stoot — als er een jury aan te pas zou komen, hadden ze hem waarschijnlijk vriendelijk verzocht om eerst even terug de les in te gaan.
En op een dag kon ik het niet laten. Ik maakte er een opmerking over. Niet onaardig, maar wel met de plagerige nieuwsgierigheid die ik van hem had overgenomen.
Ik zei: “Piet… je weet toch wel dat dit eigenlijk hélemaal niet de bedoeling is? Zo hoort een afstoot toch niet?”
Piet keek me aan, met die bekende glimlach al half in de startblokken. Hij trok zijn wenkbrauwen op en zei — met dat heerlijke stukje sarcasme dat alleen hij kon brengen:
“Maar ik maak de caramboles… en dat kun jij van jezelf niet zeggen.”

Als Piet binnenkwam, gebeurde er iets. Het is moeilijk te beschrijven, maar u herkent het vast. Hij had die innemende glimlach, die bijna magnetisch werkte. Hij wist mensen te raken zonder veel woorden. Hij zag iedereen — werkelijk iedereen. De topbiljarter die drie kampioenschappen op zijn naam had staan, maar ook het senior lid dat af en toe zijn keu vasthield alsof het een paraplu was die een eigen wil had. Voor Piet bestond er geen hiërarchie. Alleen mensen.



En hij sprak met iedereen op dezelfde liefdevolle, humorvolle manier. Hij kon de een plagen over zijn misser en de ander complimenteren over zijn inzet, en beide gesprekken klonken alsof hij ze uitsprak met dezelfde genegenheid. Hij was betrokken op al onze leden, Nauwe, hechte betrokkenheid op onze topteam, met hart en ziel leider van Hazelaar/GJ Biljards. Maar ook voor de mindere goden onder onze leden had hij oog en oor. Zo gaf hij met veel plezier, betrokkenheid en de nodige humor les aan onze (beginnende) leden.


En ondertussen deed hij wat een echte voorzitter doet: verbinden, versterken, verdiepen. Hij bracht mensen samen. Hij maakte ons trots op onze club. Hij stimuleerde, corrigeerde, motiveerde — en dat allemaal op een manier die nooit autoritair was, maar vanzelfsprekend.

Zijn charisma was niet aangeleerd; het was aangeboren. En zijn leiderschap was niet opgelegd; het was verdiend.
We verliezen vandaag een voorzitter, een boegbeeld, een clubman. Maar bovenal verliezen we een mens die voor velen, in ieder geval voor mij, meer betekende dan hij zelf ooit zal hebben beseft.
Piet, dank je wel. Voor je aanwezigheid, je oprechtheid, je humor, je wijsheid en je vriendschap. Dank je wel dat je ons hebt geraakt, gevormd en geïnspireerd.
We dragen je verder. In onze verhalen, in onze lach, in de warmte die je naliet — en in de vereniging die door jouw handen en hart is geworden wie zij nu is.
Rust zacht, Piet. We zullen je nooit vergeten.